Gastarbeid en Kapitaal – SP brochure 1983

GASTARBEID EN KAPITAAL

Geloof en kultuur

Een zeer groot deel van hun manier van leven vloeit voort uit het islamitiese geloof. Islamieten vinden dat de kultuur een onderdeel is van hun geloof. En hun geloof schrijft nu eenmaal erg veel geboden en verboden voor die het dagelijks leven raken. In de landen van herkomst is alles ingesteld op de rituelen die met hun geloof samenhangen. De kombinatie van afkomst, zeden en gewoonten, én het grote verschil in kultuur en ontwikkeling, maken dat speciaal de gastarbeiders en hun gezinnen die uit islamitiese landen afkomstig zijn, weinig of hoegenaamd geen kontakt krijgen met Nederlandse arbeiders en hun gezinnen met wie zij samen werken en wonen.
Alle mogelijke andragogen, zoals daar zijn maatschappelijk werkers, opbouwwerkers, buurt- en klubhuiswerkers, maar ook politici, juristen, antropologen, theologen – meestal in dienst van de talloze stichtingen die voor het welzijn van gastarbeiders zeggen te werken – doen alsmaar een beroep op die Nederlanders die op wat voor manier dan ook worden gekonfronteerd met de kultuur van hun buitenlandse buren en mede-arbeiders. Die mensen moeten volgens de meeste van die zich deskundig noemende hulpverleners, zich meer aanpassen bij de situatie die nu eenmaal ontstaan is. Zij moeten meer begrip tonen en sommigen, zoals ex-burgemeester André van der Louw, zeggen dat het feit dat er zoveel gastarbeiders in een wijk wonen, een verrijking is van de kultuur. Hij heeft er nooit bij verteld waaruit die verrijking dan wel mag bestaan. Dat kon hij ook niet vertellen, hij verdiende als burgemeester 220.000 gulden per jaar en woonde in een huis en een buurt waarin men nog nooit een gastarbeider heeft gezien.

De historikus dr. Anton Constandse heeft een heel andere kijk op het verschijnsel “buitenlandse arbeiders”. In de Nieuwe Linie van 2 april 1980 zegt hij in het artikel “Gastarbeiders zijn immigranten” onder andere het volgende:
“Men kan nu wel hoog opgeven van hun afwijkende `kultuur’, maar waarin bestaat die dan? Goed, ze hebben als godsdienst – behalve variaties van het christendom – de islam. Dit zegt overigens weinig, want aanzienlijke groepen van moslims geloven even weinig als dusgenaamde christenen. Als ze wel hechten aan hun geloof, en vooral dan aan de gebruiken die daarmee samenhangen, vallen ze in de kategorie van onze Drentse, Veluwse en Zeeuwse gereformeerden, met taboes en bijgeloof van eeuwen geleden. Het aantal analfabeten onder hen is groot, ze laten zich manipuleren door feodale leiders en leveren mede de fascistiese overvallers op hun lotgenoten. Het is onzin, over te lopen van eerbied voor zulke vormen van `kultuur’, waar we zelf na eeuwen van strijd mee hebben afgerekend, enkele onderontwikkelde gebieden uitgezonderd, die ons zwarte zeden en beklagenswaardige gehandikapten leveren, zoals slachtoffers van polio. Men moet zich eens indenken, welke ghetto’s er zullen ontstaan van verouderde, en voor ons gevaarlijke immigranten, als we niet alleen hun gruwelijke slachtgewoonten aanvaarden, maar ook hun diskriminatie van vrouwen, hun patriarchaal-autoritaire aanmatiging, hun onderwerping van kinderen, hun stamveten. Waarom van nieuwkomers aanvaarden, wat we zelf in gewoonten en wetten hebben opgeruimd?”
Dr. Anton Constandse geeft hier op zijn eigen manier van schrijven, een beschouwing over kultuur en godsdienst van moslims en vergelijkt een en ander met bepaalde gebieden in Nederland. Volgens zijn zeggen zijn er aanzienlijke groepen van moslims die geen of weinig waarde hechten aan hun geloof. Andere bronnen (zoals de al eerder genoemde CRM-brochure “Ver van huis en toch thuis”) zeggen dat het geloof “zelfs dieper is geworden in de vreemde”.
Wij menen dat dit laatste het geval is, gezien het isolement waarin zij verkeren. Maar bovendien zegt Anton Constandse het ook min of meer, wanneer hij het heeft over het aantal analfabeten dat groot is en dat ze zich laten manipuleren door feodale leiders. Die feodale leiders bestaan in overgrote meerderheid uit moslims van de oude stempel. Wat de uitingsvormen van hun geloof in de praktijk betekenen, leert ons het verhaal van Nazim Ozturk.
“Hij leeft de wetten van de Islam na. Nazim eet en drinkt niets tijdens de Ramadan (de vastenmaand waarin tussen zonsopgang en zonsondergang onthouding van spijs en drank is geboden). De laatste keer is hij daar ziek van geworden. Hij was te zeer verzwakt om zijn zware lichamelijke werk te verrichten. Nazim is havenarbeider in de Rotterdamse haven.”
Hoewel het hierboven geciteerde boekje verder geen kommentaar geeft, is het naar onze mening onverantwoordelijk voor een zó gelovige Turk werk te verrichten in de Rotterdamse haven. Tenslotte werkt hij daar niet alleen en met een verzwakt lichaam kan het ook levensgevaarlijk worden voor zijn medearbeiders.
Verder vermeldt het boekje nog van Nazim dat “hij nooit zal wennen aan de Nederlandse kultuur. Vooral de vrijere positie van de vrouw in de Nederlandse samenleving is een doorn in zijn ogen. Zo’n vrije positie zal hij de vrouwen en meisjes in zijn familie nooit toestaan. Hij is hier voor hen strenger dan hij in Turkije zou zijn.”

Met dit laatste citaat zijn wij aangeland bij de kinderen van de gastarbeiders. Die hebben het in Nederland nog zwaarder dan hun ouders. Onderwijzend personeel vertelde ons dat het zeer moeilijk is op te boksen tegen de zeden en gewoonten welke de kinderen thuis voorgeschoteld krijgen.
Aan de ene kant vinden de ouders dat hun kinderen op school niet streng genoeg (lees hardhandig) worden behandeld, aan de andere kant trekken zij zich weinig aan van de adviezen die de leerkrachten geven, vooral met betrekking tot vervolgopleidingen na de lagere school.
Dikwijls komt dat omdat men toch alsmaar speelt met de gedachte naar Turkije of Marokko terug te keren. En wat hun dochters aangaat, daar vinden velen van dat ze toch spoedig zullen moeten trouwen.

Trouwen en inwonen

Over het algemeen zullen zowel de dochters als de zonen volgens “islamitiese traditie” veelal op – naar onze normen – tamelijk jonge leeftijd huwen met een partner uit eigen kring. Deze zal vaak nog in het moederland verblijven, en komt door het huwelijk – weliswaar met enige beperkingen – in aanmerking voor een verblijfsvergunning in Nederland.
Huwbare kinderen van de hier verblijvende buitenlanders zijn op deze wijze een gewilde partner voor potentiële migranten, hetgeen vaak tot uitdrukking komt in een extra financiële tegemoetkoming aan de ouders van de hier in Nederland verblijvende partner. Gekoppeld aan het gebruik van uithuwelijken leidt deze situatie ertoe dat de onafhankelijkheid van kinderen, van vooral islamitiese migranten hier, niet erg groot is.
En omdat bij zo’n gezinshereniging (van de tweede generatie) net als bij hun ouders een verblijfsvergunning pas wordt verleend als men over passende woonruimte beschikt, zal men in veel gevallen bij de ouders intrekken. Wat er in de meeste gevallen op neer komt dat in een te kleine, woning te veel mensen bivakkeren.
Maar er is nog een reden, waarom de tweede generatie, gehuwd of niet, bij hun ouders blijft inwonen. Er zijn namelijk veel buitenlanders die bij gebrek aan huurwoningen een oud huis voor veel te hoge prijs hebben gekocht.
Ter illustratie van de situatie die dan in veel gevallen ontstaat, geven wij hier twee situaties zoals die omschreven zijn in “Jeugd en Samenleving” van december 1982.
“Het Turkse gezin G.: Vader is 16 jaar geleden zonder verblijfsvergunning naar Nederland gekomen. Werkt sinds lange tijd bij Philips aan de lopende band. Woonde in het begin in een pension, wilde zijn gezin laten overkomen en heeft daarom een huis moeten kopen. Hij kon met zijn inkomen van f 1700,- netto de hypotheeklasten van f 1000,- per maand niet opbrengen, daarom zijn eerst zijn twee oudste zoons overgekomen om hier werk te zoeken en de aankoop van het huis mogelijk te maken. Ze verdienen nu respektievelijk f 1400,- en f 1600,- netto. Al snel kon de rest van het gezin (vrouw en nog drie kinderen) overkomen. Kort geleden zijn beide eerdergenoemde zoons in Turkije getrouwd en hebben hun bruid illegaal meegenomen naar Utrecht. Hierdoor is het huishouden uitgebreid tot negen personen. De beide jonge gezinnen kunnen geen zelfstandige woonruimte zoeken, omdat anders de financiering van het ouderlijk huis in gevaar komt. Het gebrek aan privacy en de komst van een eerste lid van de derde generatie maakt de situatie echter steeds meer onhoudbaar.”
“Het Marokkaanse gezin L.: De heer L. is 13 jaar woonachtig in Utrecht en heeft zes jaar geleden een huisje met één slaapkamer gekocht in een oude wijk. Om ruimte te scheppen heeft hij (zonder vergunning) een schuurtje gebouwd in de tuin. Zijn gezin met zes kinderen is toen overgekomen. Vader verdient f 1600,- en kan de hypotheeklasten (f 550,- per maand) nauwelijks dragen. Inmiddels heeft hij al vier maanden zijn hypotheek niet af kunnen lossen. `Gelukkig kan mijn oudste zoon D. een. steentje bijdragen nu hij een uitkering (GSD) krijgt. Sinds hij getrouwd is en zijn vrouw naar hier heeft gehaald, wordt het huis erg klein. De toekomst is onzeker. Als ik de bijdrage van hem zal moeten missen, dan kan ik de hypotheek helemaal niet meer betalen en zal het huis geveild moeten worden,’ aldus meneer L.”
We zien dus dat de problemen voor de eerste generatie groot zijn, maar voor de tweede generatie is het uitzicht op een betere toekomst in Nederland bijna niet aanwezig. Temeer omdat door de druk van de toenemende werkloosheid, steeds meer arbeidsplaatsen die tot voor kort door gastarbeiders werden ingenomen, nu weer door Nederlanders worden opgevuld.
Volgens recente cijfers van het gewestelijk arbeidsburo in Utrecht blijkt dat 39 procent van de Marokkaanse en 46 procent van de Turkse werkloze mannen jonger is dan 25 jaar. Terwijl bij de vrouwen dit percentage nog hoger ligt, namelijk respektievelijk 60 en 70 procent. Bij gebrek aan bestaansmiddelen van de hierboven genoemde tweede generatie, zal de huwelijkspartner uit het land van herkomst geen toestemming krijgen om zich in ons land te vestigen. En zodoende kan gezinshereniging zich dikwijls niet anders dan in de sfeer van illegaliteit afspelen. En in de meeste gevallen leidt dat weer tot inwoning bij de (schoon)ouders. Gezien de financiële nood waarin veelal vooral de huizen-bezitters verkeren, zal dat voor die (schoon)ouders niet onwelkom zijn.
Wat de werkgelegenheid aangaat van vooral Marokkaanse en Turkse jongeren met hun zo andere kultuur – die ook in Nederland nog wordt voortgezet en soms zelfs versterkt – kunnen wij niet anders dan heel somber zijn. Het ligt toch voor de hand dat in het tijdperk van automatisering de voorkeur voor het bezetten van arbeidsplaatsen die schaars voorhanden zijn, zal uitgaan naar de Nederlandse jongeren waarvan er velen werkloos zijn maar die in bijna alle gevallen wel een goede schoolopleiding hebben gehad. Bovendien blijkt uit recente gegevens dat ook voor het zogenaamde vuile of ongeschoolde werk vele Nederlandse werklozen zich aanbieden, ongeacht hun schoolopleiding. Het is momenteel niet ongebruikelijk mensen met enkele diploma’s op zak te zien werken bij de gemeentereiniging of als zogenaamde schillenboer goed te gebruiken huisafval te zien inzamelen.
De uitspraak van de Turkse professor Yalcintas dat de Nederlanders hun neus op zouden halen voor zulk werk, is dan ook naar onze mening voorbarig geweest.

Konklusies

De huidige stand van de techniese ontwikkeling, de grote bevolkingsdichtheid van ons land en het feit dat de tijd van mechanisatie (die veel arbeidskracht behoefde) welhaast definitief voorbij is, gekoppeld aan de uitzichtloze en onduidelijke situatie waarin vooral de Turkse en Marokkaanse arbeiders in ons land verkeren, maakt het nodig om eindelijk eens duidelijke stappen te ondernemen. Het wanbeleid van de zijde der opeenvolgende regeringen met betrekking tot het immigratiebeleid – of juist het niet voeren van dat beleid – maakt het nog dringender orde op zaken te stellen. Want het zijn de opeenvolgende regeringen geweest die het kapitaal geen strobreed in de weg hebben gelegd bij hun manipulaties met gastarbeiders. Zowel de huisvesting van buitenlanders, de omstandigheden waaronder zij moesten werken, als de vraag of een Nederlandse samenleving dat wel kan opvangen, is nooit stelselmatig aangepakt.
Men heeft alles en iedereen maar wat laten aanrommelen en daar waar het mis dreigde te lopen, stuurden ze er wat betaalde zogenaamde hulpverleners op af, om hun wanbeleid toch nog een beetje bij te schaven.
De regering, gemeentebesturen en professionele hulpverleners hadden uiteindelijk maar één boodschap aan de Nederlandse samenleving: begrip, aanpassing aan de nieuwkomers en bij enig verweer van de autochtone bevolking gebruikten of schermden zij al heel snel met “diskriminatie”. “Diskriminatie” is waarschijnlijk ook wel het enige Nederlandse woord dat bijna iedere buitenlander geleerd is. Of zij de betekenis ervan kennen, is voor ons onduidelijk gebleven. In ieder geval hebben zij dat woord zo dikwijls van alle mogelijke, misschien wel goedwillende, hulpverleners gehoord dat zij het te pas en te onpas zijn gaan gebruiken in alle voorkomende situaties.
Het is dan ook vrijwel zeker dat veel Nederlanders zich zijn gaan afvragen wat zij dan wel fout deden, als zij bijvoorbeeld een poging deden buitenlanders iets te leren. Wat natuurlijk in bijna alle gevallen neerkomt op aanpassing aan de Nederlandse situatie, zoals bijvoorbeeld de woon-, werk- en leefgewoonten. Bovendien komt het dikwijls voor dat wanneer buitenlanders exakt zo behandeld word[en] als een Nederlander, of dat nu positief of negatief is, zij niet de behandeling op zichzelf be- of veroordelen, maar uitsluitend volstaan met de ander diskriminatie in de schoenen te schuiven.
Verschillende Nederlanders in o.a. de aan buitenlanders hulp verlenende sektor schermen trouwens ook snel met woorden of begrippen als “racisme” en “fascisme”. Ook volgens Anton Constandse heeft de term “diskriminatie” als wortel het Latijnse “discrimen” (en het werkwoord “discriminare”) met de betekenis: “Het maken van ongeoorloofd onderscheid, afscheiden, afzonderen, vervreemden”.
Het maken van ongeoorloofd onderscheid, het afscheiden of afzonderen en het vervreemden is niet gedaan door de Nederlandse arbeiders, maar door de onverantwoordelijke manier van handelen van het naar geld hongerende kapitaal in Nederland (en ook in andere hoog-ontwikkelde westerse landen), met volledige medewerking en toestemming van de achtereenvolgende regeringen. Van de situatie die zodoende is ontstaan, kan men niet de nieuwkomers, maar ook niet de Nederlandse bevolking als geheel, de schuld geven.
Het afscheiden, afzonderen en vervreemden vloeit voort uit het feit dat de buitenlanders die naar Nederland kwamen, geen duidelijke status hadden. Zo is er bijvoorbeeld noot vastgelegd dat zij slechts tijdelijk hier zouden verblijven. Tot aan dit moment toe worstelen zowel Nederlanders als de buitenlanders nog steeds met de status die men aan “gastarbeiders” toekent, of liever gezegd niet heeft toegekend.

Kiezen

De Socialistiese Partij heeft dan ook na veel onderzoek en studie gemeend met de volgende oplossing te moeten komen, in het belang van zowel de betreffende buitenlanders als de Nederlandse bevolking.
Zowel voor de buitenlanders, als voor de met hen wonende en werkende Nederlanders, is het van het grootste belang de “vlees-noch-vis-situatie” om te zetten in een toestand waarvan iedereen weet wie en wat hij is. En waarvan iedereen weet wat hem te wachten staat. En wel als volgt: óf na verloop van een aantal jaren – wij denken aan twee jaar – de Nederlandse nationaliteit aannemen, óf na verloop van de bovengenoemde tijd terugkeren naar het vaderland. Voor de mensen die op vrijwillige basis terugkeren, moet een dusdanige regeling worden getroffen dat het mogelijk wordt om in eigen land weer een bestaan op te bouwen. Wij denken aan f 75.000,- voor iedereen die hier een arbeidsplaats achterlaat, aangevuld met een redelijk percentage aan sociale premies, welke hij of zij hier in Nederland betaald heeft. Voor werklozen ook f 75.000,- plus eventueel (al naar gelang de sociale uitkering die hij of zij al heeft gehad) ook een percentage van de sociale premies die hij of zij betaald heeft. Bovendien moet al het mogelijke gedaan worden om die mensen weer voor te bereiden op hun terugkeer. Wij denken aan speciale kursussen, zowel voor de ouders als voor de kinderen, zoals daar zijn taal, geschiedenis en godsdienst, kortom een heel kultureel pakket. Eventueel met leerkrachten uit hun eigen land.
Die buitenlanders welke Nederlander willen worden, zullen ook speciale kursussen moeten krijgen, waarbij voorrang zal moeten hebben de Nederlandse taal en vervolgens Nederlandse zeden en gewoonten. In ieder geval zullen zij, zoals een gemiddelde Nederlander ook, op de hoogte moeten zijn met wat hun rechten en plichten zijn.
Wanneer deze voorstellen in diskussie worden gebracht, zullen ongetwijfeld bedragen en voorwaarden kunnen wijzigen.
In ieder geval is met de uitvoering van onze voorstellen te voorkomen dat het kapitaal een soort tweederangsburgers zal laten ontstaan om daarmee tegenstellingen onder de arbeiders op te roepen. Tegenstellingen die het kapitaal zal gebruiken om, via het bekende verdeel-en-heers-principe, arbeiders af te houden van de strijd die zij werkelijk moeten voeren.

vorige | inhoudsopgave | volgende

  1. Laurens van Voorst

    Als je toch oude folders van de SP publiceert, zoek in de dozen op zolder eens naar het pamflet uit de jaren 70 waarin homoseksualiteit een ‘bourgeoisie-ziekte’ wordt genoemd. Moet te vinden zijn. Ergens.

  2. En de SP is daar ook nog steeds trots op Laurens?

  3. AZ

    De SP. . . . Een stelletje laffe, profiterende Nederlandverraders ! Is maar één oplossing voor: een lange muur ….

  4. Amy

    Theun de Vries slaat de spijker op z’n kop wat islam betreft.

  5. Jeroen

    Inhoudelijk klopt het maar politiek correct is het niet, dus is het makkelijk ego-strelen en pochen om het daarop af te schieten. Laat eerst maar eens zien dat het niet waar is voordat je je verontwaardiging over ‘de vorm’ ervan spuit.

  6. Nationalisme hoort bij het stalinisme. Stalin vertrouwde op Russisch chauvinisme en Mao trachtte China weer groot en sterk te maken. De SP komt uit een traditie waar eigen land en volk, hoger in het vaandel staan dan de wereldwijde arbeidersklasse. Aan klassenbewustzijn doen ze bij de ”Sociaaldemocratische” Partij toch niet!

  7. In de jaren 80 was ik ook lid van de SP, nu ben ik een gure rechts-extremist.

  8. Frank

    Wat Theo zegt. Mijn generatie werd niet milder met veertig. Integendeel..

  9. Er was lang een groot stuk te lezen op het internet van rond de tijd tussen ’50 en ’60 waarin boek verwijzingen en brieven aan de toenmalige regeringen, waarin uit de doeken werd gedaan (door hoogleraren en anderen) waarom er absoluut geen Noord Afrikaanse en Zuid Aziatische gastarbeiders naar hier en de rest van Europa gehaald moesten worden, o/a de Franse ervaringen ermee. Deze gastarbeider raakte je nooit meer kwijt want teruggaan zou nooit gebeuren, ook zou het aantal na vijf jaar door gezinshereniging minimaal vervijfvoudigen, en dit elk jaar weer.
    Er waren voldoende werkloze Nederlanders om deze gastarbeiders plekken in te vullen.
    Helaas hoe ik ook zoek er is niets meer over te vinden, ook niet één van de boeken, onderzoeken of namen van diegene die de waarschuwing hebben gegeven.

  10. Henk Koelewijn

    Wie heeft deze Brochure voor mij Gastarbeid en Kapitaal uit 1983.
    Of andere Brochures uit die tijd.

  11. Jaap

    Bedankt gaat een nieuwe wereld open. Waarschijnlijk wint de SP mij terug.

  12. Jaap

    Mooi die oude artikelen. Ben heel lang lid geweest van SP. Vorig jaar overgestapt naar fvd/pvv omdat ik Roemer te licht vond. Als hij zijn best doet wint ie mij terug.

  13. Wil

    Vroeger ook lid geweest van de SP, maar op een gegeven moment afgehaakt vanwege het geheul met buitenlanders.

  14. Ancarlo100

    SP is verworden tot een hypocriete bende en dat, terwijl zij in die tijd een juiste visie hadden want, laten wij wel zijn, alles waar zij voor waarschuwden is ook daadwerkelijk uitgekomen. Iemand had het over politiek correct: Politieke correctheid is niets anders dan pure hypocrisie en achterbaksheid. Niet zeggen wat je denkt en voelt uit angst voor represailles is zo socialistisch of dictatoriaal als de pest. Heeft niets, maar dan ook niets te maken met een democratie, in tegendeel zelfs! Dus, ik ben alles behalve politiek correct, ik ben een echte democraat!

  15. Meine

    Al in 1816 is dit beschreven door een landgenoot, er is niets veranderd…..

    KORTE BESCHRIJVING DER STATEN VAN BARBARLTË MAROKKO, ALGIERS, TUNIS, TUIPOLI EN FEZZAN

    Er wordt inderdaad niet veel bijzondere studie vereischt , om het karakter der Mooren te leeren kennen; men kan hen met korte woorden aldus beschrijven : zij zijn trotsch, onwetend, listig, vol bedrog, gierig en ondankbaar. In al hunne handelwijzen , het zij staatkundige of commercieële , trachten zij anderen te bedriegen. Te vergeefs behandelen hen de Europeanen met vriendelijkheid en naauwgezetheid; zij achten geene van beiden.

    https://www.archive.org/stream/kortebeschrijvin00pijl/kortebeschrijvin00pijl_djvu.txt

Reageer!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.