Gastarbeid en Kapitaal – SP brochure 1983

GASTARBEID EN KAPITAAL

Gastarbeid in Nederland na de Tweede Wereldoorlog

Ongeschoolde arbeid

Als we terugblikken op het verschijnsel gastarbeid in Nederland tot aan de Tweede Wereldoorlog, ontdekken we dat het kapitaal buitenlanders naar Nederland haalt op het moment dat het goed kan gebruiken. Het interesseert hen ook niet van welke nationaliteit ze zijn. Zo waren er in 1889 28.800 Duitsers, 13.700 Belgen, 1400 Fransen en 1300 Britten in Nederland. Na de Tweede Wereldoorlog komen we in 1947 weer de eerste Duitsers tegen (27.900) en 25.300 Belgen. In 1960 zijn die getallen iets opgelopen, maar in 1968 blijken we plotseling 202.200 buitenlanders in ons land te hebben. Het zijn naast de welhaast traditionele Duitsers en Belgen nu ook Spanjaarden (18.400) en Italianen (14.200). En voor het eerst zien we Marokkanen (12.600) en Turken (12.300) verschijnen. In 1979 waren die cijfers respektievelijk 114.000 Turken en 69.000 Marokkanen. Vooral de Marokkanen en Turken zijn de arbeiders die door de ondernemers zijn en worden gebruikt voor ongeschoolde arbeid. De situatie van die groep willen wij in de rest van deze brochure nader belichten.

Volgens het boekje “Ver van huis en toch thuis_”`dat over gastarbeid in Nederland gaat (uitgegeven door het ministerie van CRM in samenwerking met de Rijksvoorlichtingsdienst) is gastarbeid goedkoper dan machines. Letterlijk schrijven zij:
“Gastarbeiders zijn goedkoper dan machines, dat klinkt gevoelloos, maar het is waar. Gastarbeiders brengen al jaren produkten binnen ons bereik, die, door Nederlandse handen gemaakt, voor ons onbetaalbaar zouden worden. `Het zijn goedkope hardwerkende arbeidskrachten, eigenlijk onmisbaar en broodnodig voor onze ekonomie. Zonder hen zouden de prijzen van onze produkten onmiddellijk stijgen,’ zegt de direkteur van een broodfabriek.”
Een zekere Turkse professor Yalcintas zegt in dat boekje:
“Deze mensen verrichten werk, waarvoor de mensen uit het land zelf hun neus ophalen. Ongeschoold werk voor lage beloningen. Dat is de echte reden waarom West-Europa ondanks de ekonomiese malaise ook ná 1973 is doorgegaan met het scheppen van werk voor gastarbeiders. Meer dan driekwart van de gastarbeiders in West-Europa doet werk waarvoor geen vakkennis wordt vereist. Met dat werk leveren ze wél een enorme bijdrage aan de ekonomie van West-Europa.”
Verderop in het boekje wordt het verhaal van Nazim Ozturk verteld, van wie het boekje zegt:
“Veel van het geld dat hij hier verdient, geeft hij echter ook hier uit. Het komt niet ten goede aan de broodnodige ontwikkeling van Turkije. Wat zegt hij daarom? `Door mij en alle andere buitenlanders die hier werken, wordt Nederland nog rijker dan het al was, terwijl onze landen arm blijven’.”
Uit deze citaten kunnen we zien waarom de gastarbeiders in feite naar Nederland zijn gehaald: Ze zijn goedkoper dan machines. En bovendien vinden de samenstellers van het boekje dat zij ook nog een bijdrage moeten leveren aan de ontwikkeling van Turkije. Deze beweringen worden bijna letterlijk in het bovengenoemde boekje van CRM vermeld. Een boekje dat in het voorwoord zegt:
“Er bestaan helaas veel misverstanden en vooroordelen over de aanwezigheid van de gastarbeiders en hun gezinnen in Nederland. Dit boekje is een poging om af te rekenen met die misverstanden en vooroordelen. Het vertelt waarom ze hier zijn; hoe ze denken en handelen, welke problemen ze hebben, op welk onbegrip ze vaak stuiten in hun kontakt met de Nederlandse samenleving en hoe broodnodig hun werk is voor de Nederlandse ekonomie.”
Als je het boekje, waarvan we mogen veronderstellen dat het de officiële voorlichting is van de rijksvoorlichtingsdienst, leest, krijg je het idee dat er van misverstanden en vooroordelen over gastarbeiders en hun gezinnen niets wordt opgelost. In ieder geval is er, althans door het boekje, niets duidelijk geworden.

 Prins Claus en Prinses Beatrix heten een aantal Marokkaanse gastarbeiders welkom.

Prins Claus en Prinses Beatrix heten een aantal Marokkaanse gastarbeiders welkom.

Waarom en door wie werden zij naar Nederland gehaald?

Gastarbeiders zijn naar Nederland gehaald door het kapitaal. Het zijn mensen die dikwijls uit de minst ontwikkelde gebieden van Turkije en Marokko naar Nederland zijn gehaald, maar ook in veel gevallen op eigen gelegenheid zijn gekomen.
Waarom konden en kunnen de bedrijven die mensen zo goed gebruiken? Komt het omdat Nederlanders het werk wat zij nu doen, niet willen doen?
Een leidinggevende Turk die werkt bij Verkade zegt over gastarbeiders:
“De buitenlanders beschouwen elke werkgever als een heer die zij dankbaar zijn omdat hij hen het brood laat verdienen. Deze mensen willen zich nederig onderwerpen. De personeelsafdeling heeft mij gevraagd: Hoe kunnen wij deze buitenlanders leiden? Ik heb toen gezegd: Leidt hen met een glimlach.”
Er is een groot verschil te zien tussen doorsnee Nederlandse en doorsnee buitenlandse werknemers. Wanneer Nederlandse werknemers dezelfde gedachtengang hadden als de hierboven omschreven buitenlanders, zouden ze al heel snel door de rest van hun kollega’s worden uitgemaakt voor rotte vis. Té lang is er in Nederland strijd gevoerd, om een dergelijke houding ten opzichte van de werkgever nog te kunnen tolereren. Het verschil in ontwikkeling en kultuur maakt het zeer moeilijk voor Nederlanders om met hun buitenlandse kollega’s samen te werken en samen te wonen.
Uit een onderzoek bij Verkade, waar 40 procent buitenlanders werkt, is gebleken dat er wel veel tolerantie is, maar dat men niet met elkaar omgaat. En direkteur Van Oldenburgh zegt
“dat via opschriften op WC-deuren en muren, Nederlandse weerzin tegen Turkse aanwezigheid kenbaar wordt geventileerd. Er broedt wel iets, al wordt de onderhuidse onvrede niet altijd uitgesproken.”

gastarbeiders-4

Lunchpauze bij Chrysler in Rotterdam (1964). Er werkten toen ongeveer twintig mensen uit Turkije. Als het mooi weer was, lunchten ze buiten. Van de baas kregen ze elke dag een flesje melk. Collectie: İ. Kırılmaz

Kapitalistiese onderneming

We hebben hier slechts twee publikaties aangehaald uit de talloze artikelen en publikaties die er bestaan. De meningen en gegevens die in die publikaties voorkomen, spreken elkaar heel dikwijls tegen. Maar één ding hebben ze gemeen: niet één publikatie gaat in op de rol die de kapitalistiese ondernemers spelen. Zij lieten, met instemming van de Nederlandse regering, arbeidskrachten naar Nederland komen. Niet alleen omdat ze goedkoper waren dan machines, maar ook omdat ze een tegenwicht konden vormen voor de vooral na de oorlog mondig geworden Nederlandse arbeiders. Met name de Turkse en Marokkaanse arbeiders, gehaald uit half-feodale gebieden, waren en zijn voor het kapitaal uitstekend geschikt om dát werk in dát tempo te doen, werk waarvoor een Nederlander én moderne machines én een behoorlijk loon zou eisen.
Bovendien wist men al bij voorbaat dat het werk tijdelijk zou zijn. De Twentse textielindustrie is daar een goed voorbeeld van. Maar ook het verhaal van de direkteur van een broodfabriek (eerder geciteerd) is waanzin. In een moderne broodbakkerij is bijna alles geautomatiseerd en de prijzen worden bijna uitsluitend bepaald door de wereldgraanmarkt, de energieprijzen (die kunstmatig hoog gehouden worden door de regering en de grote oliekoncerns) en de winst die men zichzelf toeëigent.
Voor werk zoals schoonmaken, klassificeren, werkzaamheden op een tuinderij en het werk in vleesverwerkende bedrijven, zijn altijd Nederlandse arbeidskrachten voorhanden geweest. Alleen niet voor het loon dat men aan gastarbeiders betaalde.
Ongewild zijn niet alleen de Nederlanders, maar nog veel meer de buitenlandse gastarbeiders, het slachtoffer geworden van de mentaliteit die zo kenmerkend is voor het kapitalistiese systeem.
Men zal de buitenlanders gebruiken totdat men gaat automatiseren. En dan is het afgelopen, want zij zijn door het ontwikkelingsnivo waarop zij stonden en hier in Nederland hoegenaamd zijn blijven staan, niet geschikt om de automatisering die men op dit moment vooral uit konkurrentie-overwegingen doorvoert, te overleven.
Wat zegt de heer Nijssen, chef van de kakao-branderij van Verkade daarover?
“Ik denk dat hier in de toekomst nog minder buitenlanders zullen werken. Wij krijgen nieuwe machines. Het wordt hier helemaal geautomatiseerd. Daardoor zal de bediening zo ingewikkeld worden dat je er geen buitenlander neer kunt zetten. Door het taalprobleem hebben ze moeite met het begrijpen van de instrukties.”
Als konklusie zegt hij dan ook:
“Voor de werkloze buitenlanders zie ik de toekomst somber in. Geef ze een flink bedrag en vraag of ze teruggaan naar hun eigen land. Hier zijn ze niet gelukkig.”
Het wordt steeds duidelijker: men heeft de buitenlanders gebruikt om de tijd die er ligt tussen mechanisatie (wat veel ongeschoolde arbeid vereist) en de automatisering te overbruggen.

Problemen

Voor de automatisering kan men in hoofdzaak goed geschoolde, liefst nog meerdere talen sprekende mensen gebruiken. En op een enkele uitzondering na, zal het de in ons land werkende of werkloos zijnde buitenlandse arbeiders niet lukken om die sprong te maken.
Zelfs omscholing van buitenlanders blijkt in de praktijk te mislukken. Volgens een artikel in Intermediair dat handelt over de gang van zaken bij de “Centra voor Vakopleidingen voor Volwassenen”, is de psychologiese test die moet worden afgelegd, voor buitenlanders een “regelrechte ramp”. Buiten de taalmoeilijkheden is
“een heel wezenlijker struikelblok dat die tests zijn afgestemd op onze westerse – op inzicht gerichte – manier van denken.”
“Islamieten hebben een andere denktrant, zij zijn meer cyclisch en repeterend ingesteld. Daarmee kunnen zij slecht uit de voeten bij juist die testonderdelen (zoals de figuurtjestesten aan de hand waarvan het ruimtelijk inzicht bij iemand wordt vastgesteld) die doorslaggevend zijn bij de bepaling of iemand al dan niet geschikt is voor een technies beroep.”
Aldus het artikel in Intermediair.
Hoe de denktrant van de voor 90 procent uit plattelanders bestaande Turken en Marokkanen dan ook wel mag zijn, het blijkt in de praktijk meestal niet te lukken om een dergelijke test te doorstaan. Zeker voor die buitenlanders die soms analfabeet zijn, maar in ieder geval de Nederlandse taal niet voldoende machtig zijn.
Overigens geven die tests zelfs voor Nederlanders, die van kleuter- en lagere school af aan gewend zijn aan het voortdurend testen van hun kennis, toch nog de nodige spanningen en moeilijkheden.

Toekomstverwachtingen

De toekomstverwachtingen voor buitenlandse werknemers zijn zeer somber. Vijftien procent van hen is werkloos. Maar aan dat cijfer kan men slechts zeer weinig waarde hechten, gezien het feit dat veel buitenlanders die werkloos worden geen uitkering aanvragen omdat het verblijfsvergunningenbeleid voor werkloze buitenlanders zó willekeurig en ondoorzichtig is. Zij willen of durven het risiko van het aanvragen van een uitkering niet te nemen, omdat zij bang zijn het land uitgezet te worden.
Op de produktie-afdeling van Verkade in Zaandam werken 316 buitenlanders naast 351 Nederlanders. Er is daar nu een absolute personeelsstop. Tweehonderdvijftig mensen waren vorig jaar overtollig bij Verkade.
“De bedoeling is, die 250 werknemers langs natuurlijke weg te laten afvloeien,”
zegt de personeelschef Van der Meulen.
Personeelszaken van Verkade heeft bijgehouden waarom de gastarbeiders naar Nederland kwamen.
“7 Procent emigreerde om aan de werkloosheid te ontkomen.
23 Procent wilde meer verdienen dan in het thuisland.
20 Procent hoopte te kunnen gaan sparen voor mogelijk moeilijkere tijden.
26 Procent hoopte in Nederland een betere maatschappelijke positie te verwerven.”
We kunnen dus zien dat de verwachtingen wel heel anders zijn geweest dan de werkelijkheid nu aantoont. Als we bekijken hoe vooral Turken en Marokkanen werken en wonen, krijg je het gevoel dat er snel iets moet gebeuren om te voorkomen dat er binnen zeer korte tijd een groot aantal ontheemde tweederangsburgers in Nederland rondlopen. Ze zijn vervreemd van hun eigen vaderland en voelen zich, en zijn ook, in Nederland niet thuis.
Alles vloeit voort uit het feit dat zij naar Nederland zijn gekomen om hier slechts tijdelijk te blijven. En nog steeds zeggen zij ook dat zij terug zullen keren naar hun land.
Vanaf het begin hebben zowel de werkgevers als de buitenlanders zelf hun aanwezigheid hier benaderd als een tijdelijke zaak. Het aanvankelijk onderbrengen van buitenlanders in zogenaamde “pensions” en later het toewijzen van in feite voor de sloop bestemde woningen, wijst in die richting. Ze zijn in die woningen blijven wonen omdat over het algemeen de huren én hun lonen laag waren. Daar komt nog bij dat zij – soms om familie te onderhouden, soms om andere redenen (bijvoorbeeld het bouwen van een huis of het eventueel beginnen van een eigen bedrijfje in het vaderland) – zoveel mogelijk van hun loon naar huis stuurden.

gastarbeiders-1

Echtpaar Pervin en Rafet Öcal achter de Perim flat in Zaandam (1970). Collectie: R. Öcal, 09

Gezinshereniging

Hoewel er in de eerste tijd al buitenlanders waren die hun gezin lieten overkomen, kwamen in het begin van de jaren ’70, in het kader van de gezinshereniging, veel vrouwen en kinderen van gastarbeiders naar Nederland.
Met die gezinshereniging begint toch dikwijls de ellende pas goed voor buitenlanders. Het kapitaal haalde ze hierheen en profiteerde van hen. Zij komen te wonen in verkrotte, dikwijls 19e-eeuwse buurten. Buurten waarin tot dan toe Nederlanders woonden die toch al tot de kansarmen gerekend moeten worden. Hetgeen niet wil zeggen dat zo’n buurt ongezellig of onleefbaar was.
Voor de buitenlandse gezinnen die onder heel andere leefomstandigheden woonden op het platteland, is zo’n opeenhoping van woningen, letterlijk nog op elkaar gestapeld ook, zo’n groot verschil met hun vorige woonsituatie dat het voor hen lijkt alsof ze in een heel andere wereld terechtgekomen zijn. Aan niets of niemand hebben ze houvast. Buren hebben ze wel, maar verstaan ze niet. En het is bekend dat voor hen het gedrag en leefpatroon van Nederlandse vrouwen zo afwijkt van het hunne, dat bij velen van hen de gedachte kon opkomen in een soort “Babylon” terechtgekomen te zijn. Waar naar hun maatstaven gemeten de vrouwen zich zo onzedelijk gedragen dat het welhaast hoeren moesten zijn. Vrij logies dat zij veel angst hebben voor de opvoeding van hun kinderen. Temeer omdat de kinderen die naar school gaan, daar ook alweer een situatie aantreffen die in geen duizend jaar strookt met hun zeden en gewoonten. De vrouwen blijven dan ook meestal, aangespoord door hun man, thuis.
Maar ook dat thuis is heel anders dan zij gewend waren. Er is elektriciteit en gas, hetgeen betekent: er komen – meestal tweedehands – gaskachels, geisers, wasmachines, douches en elektriese strijkijzers. Allemaal apparaten waar zij niet zo goed mee overweg kunnen. Zelfs de WC’s zijn voor hen dikwijls “hele vreemde dingen”. Wat er in sommige gevallen op neer komt dat de toilet-pot wordt gesloopt en ze de WC gaan gebruiken zoals er in bijvoorbeeld Frankrijk hurk-WC’s bestaan. Maar het gebeurt ook dat een tweedehands-verkoper aan een Turk of Marokkaan wel een wasmachine verkoopt maar die machine op een dusdanige manier werd aangesloten dat het spoelwater, zonder afvoer, werd geloosd op de vloer. Men kan zich voorstellen dat dat moeilijkheden gaf met de mensen die daar onder woonden.
De gezinshereniging in Nederland is voor de vrouwen in bijna alle gevallen een regelrechte ramp. Zij zitten een zeer groot deel van de dag in huis. Zelfs boodschappen halen gebeurt in bijna alle gevallen door de man. Ten eerste omdat het naar hun zeden niet de gewoonte is om alleen, dus zonder begeleiding van de man of een zoon, op straat te komen. Ten tweede zijn ze de Nederlandse taal niet machtig en er heerst bij die vrouwen een grote weerstand om die taal te leren.
Een Utrechtse vrijwilligster die samen met enkele andere vrouwen het plan had opgevat om buitenlandse vrouwen te helpen Nederlands te leren, vertelt daarover het volgende:
“We huurden een zaaltje, maakten op alle mogelijke manieren bekend dat er een gratis kursus Nederlands zou worden gegeven, zaten op het afgesproken uur vol verwachting klaar om de toch voor ons ook moeilijke job te beginnen, maar er kwam geen enkele kursiste. We zijn niet bij de pakken gaan neerzitten,” zegt zij, “en kwamen na enig beraadslagen op het idee die vrouwen thuis te gaan opzoeken. Door die vrouwen werden wij hartelijk ontvangen en door de mannen werden we zeer krities bekeken. Het duurde dan ook enige tijd voordat we door die mannen `goedgekeurd’ werden. Om een lang verhaal kort te maken; wij spraken na verloop van tijd een beetje Marokkaans en Turks. Maar die vrouwen was hoegenaamd niets van de Nederlandse taal bij te brengen. Pas later, toen wij met de weinige woorden Marokkaans of Turks en andersom met de zeer weinige woorden Nederlands die de buitenlandse vrouwen hadden geleerd, in kombinatie met handen- en voetenwerk elkaar iets duidelijk konden maken, vertelden die vrouwen dat zij in het geheel geen Nederlands wilden leren. Zij wilden maar één ding: terug naar hun eigen land, hun eigen familie, hun eigen vriendinnen.”

Daar in hun eigen land bespraken en organiseerden zij allerlei zaken, zorgden ze voor de inkopen en het eten, kortom een groot deel van het maatschappelijk leven werd door de vrouwen gezamenlijk gerund. Op een vastgestelde tijd kwamen in zo’n dorp de vrouwen bij elkaar, bespraken de nieuwtjes en roddels, deelden vreugde en verdriet, kortom zij vormden een hechte band met elkaar, waaraan geen man te pas kwam. Hoe armoedig of primitief het daar ook wel was, zij namen in ieder geval deel aan het maatschappelijk leven.

vorige | inhoudsopgave | volgende

  1. Laurens van Voorst

    Als je toch oude folders van de SP publiceert, zoek in de dozen op zolder eens naar het pamflet uit de jaren 70 waarin homoseksualiteit een ‘bourgeoisie-ziekte’ wordt genoemd. Moet te vinden zijn. Ergens.

  2. En de SP is daar ook nog steeds trots op Laurens?

  3. AZ

    De SP. . . . Een stelletje laffe, profiterende Nederlandverraders ! Is maar één oplossing voor: een lange muur ….

  4. Amy

    Theun de Vries slaat de spijker op z’n kop wat islam betreft.

  5. Jeroen

    Inhoudelijk klopt het maar politiek correct is het niet, dus is het makkelijk ego-strelen en pochen om het daarop af te schieten. Laat eerst maar eens zien dat het niet waar is voordat je je verontwaardiging over ‘de vorm’ ervan spuit.

  6. Nationalisme hoort bij het stalinisme. Stalin vertrouwde op Russisch chauvinisme en Mao trachtte China weer groot en sterk te maken. De SP komt uit een traditie waar eigen land en volk, hoger in het vaandel staan dan de wereldwijde arbeidersklasse. Aan klassenbewustzijn doen ze bij de ”Sociaaldemocratische” Partij toch niet!

  7. In de jaren 80 was ik ook lid van de SP, nu ben ik een gure rechts-extremist.

  8. Frank

    Wat Theo zegt. Mijn generatie werd niet milder met veertig. Integendeel..

  9. Er was lang een groot stuk te lezen op het internet van rond de tijd tussen ’50 en ’60 waarin boek verwijzingen en brieven aan de toenmalige regeringen, waarin uit de doeken werd gedaan (door hoogleraren en anderen) waarom er absoluut geen Noord Afrikaanse en Zuid Aziatische gastarbeiders naar hier en de rest van Europa gehaald moesten worden, o/a de Franse ervaringen ermee. Deze gastarbeider raakte je nooit meer kwijt want teruggaan zou nooit gebeuren, ook zou het aantal na vijf jaar door gezinshereniging minimaal vervijfvoudigen, en dit elk jaar weer.
    Er waren voldoende werkloze Nederlanders om deze gastarbeiders plekken in te vullen.
    Helaas hoe ik ook zoek er is niets meer over te vinden, ook niet één van de boeken, onderzoeken of namen van diegene die de waarschuwing hebben gegeven.

  10. Henk Koelewijn

    Wie heeft deze Brochure voor mij Gastarbeid en Kapitaal uit 1983.
    Of andere Brochures uit die tijd.

  11. Jaap

    Bedankt gaat een nieuwe wereld open. Waarschijnlijk wint de SP mij terug.

  12. Jaap

    Mooi die oude artikelen. Ben heel lang lid geweest van SP. Vorig jaar overgestapt naar fvd/pvv omdat ik Roemer te licht vond. Als hij zijn best doet wint ie mij terug.

  13. Wil

    Vroeger ook lid geweest van de SP, maar op een gegeven moment afgehaakt vanwege het geheul met buitenlanders.

  14. Ancarlo100

    SP is verworden tot een hypocriete bende en dat, terwijl zij in die tijd een juiste visie hadden want, laten wij wel zijn, alles waar zij voor waarschuwden is ook daadwerkelijk uitgekomen. Iemand had het over politiek correct: Politieke correctheid is niets anders dan pure hypocrisie en achterbaksheid. Niet zeggen wat je denkt en voelt uit angst voor represailles is zo socialistisch of dictatoriaal als de pest. Heeft niets, maar dan ook niets te maken met een democratie, in tegendeel zelfs! Dus, ik ben alles behalve politiek correct, ik ben een echte democraat!

  15. Meine

    Al in 1816 is dit beschreven door een landgenoot, er is niets veranderd…..

    KORTE BESCHRIJVING DER STATEN VAN BARBARLTË MAROKKO, ALGIERS, TUNIS, TUIPOLI EN FEZZAN

    Er wordt inderdaad niet veel bijzondere studie vereischt , om het karakter der Mooren te leeren kennen; men kan hen met korte woorden aldus beschrijven : zij zijn trotsch, onwetend, listig, vol bedrog, gierig en ondankbaar. In al hunne handelwijzen , het zij staatkundige of commercieële , trachten zij anderen te bedriegen. Te vergeefs behandelen hen de Europeanen met vriendelijkheid en naauwgezetheid; zij achten geene van beiden.

    https://www.archive.org/stream/kortebeschrijvin00pijl/kortebeschrijvin00pijl_djvu.txt

Reageer!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.